Blackjack

Het doel van het spel.

Het doel van het spel is om de bank (dealer) te verslaan. Hierbij moet men proberen zo dicht mogelijk bij - of op de 21 punten te komen. Als de speler boven de 21 punten uitkomt heeft hij verloren, ongeacht wat de bank heeft. Als je meer punten hebt dan de bank win je het spel.

De puntentelling

Kaarten met afbeeldingen Boer, Vrouw, Heer zijn tien punten waard.
De kaarten 2 tot en met 10 hebben de waarde die zijn aangegeven. De Aas is of 1 of 11 punten waard.

Spelverloop

In Amerika speelt men Blackjack met één tot zes decks. Over het algemeen geldt, hoe minder decks er worden gebruikt, des te gunstiger de kansen voor de speler. Alle spelers spelen individueel tegen de bank (dealer). Het spel wordt vrijwel altijd met open kaarten gespeeld. Nadat de spelers hun inzet hebben geplaatst, deelt de croupier met de klok mee aan iedere speler twee kaarten en zichzelf één kaart (in Amerika 2, waarvan 1 gesloten). Als een speler dan al 21 punten heeft met de eerste twee kaarten, dus een Aas met een 10, Boer, Vrouw of Heer wordt dat een blackjack genoemd en wint de speler 1,5 keer zijn of haar inzet, tenzij de bank ook blackjack heeft, dan is het een stand-off. Als de speler geen blackjack heeft wordt er doorgespeeld. De spelers geven telkens aan of zij nog een kaart willen hebben of willen stoppen. Als een speler hierbij meer dan 21 punten krijgt, heeft de speler verloren. Als alle spelers gestopt zijn, deelt de croupier kaarten voor zichzelf.
De croupier stopt op het moment dat hij 17 of meer punten heeft behaald. Hierbij geldt de Aas als 11, tenzij daarmee de 21 wordt overschreden. In sommige Amerikaanse casino's trekt de bank door als zij 7 of 17 heeft, dus op totalen als 6, A of 2, A, 4 of 3, A, A, 2 neemt de bank nog één of meer kaarten, waar Europese croupiers moeten passen (Dealer hits soft-17). Als de 17 is bereikt, worden de punten van de croupier met die van de speler vergeleken. Heeft de speler meer, dan wint de speler eenmaal de inzet dus krijgt hij zijn inzet dubbel terug.
Is de stand gelijk, dan behoudt de speler zijn inzet. Heeft de speler minder punten, dan verliest de speler de inzet aan de bank. Afhankelijk van de spelsituatie kan je tijdens het spel je inzet verdubbelen, je kaarten splitsen of je inzet verzekeren.

Verdubbelen (double)

In Europa is deze optie vaak alleen beschikbaar indien met de in eerste instantie gedeelde twee kaarten een puntentotaal is gehaald van 9, 10 of 11. Double is ook mogelijk wanneer er een dubbele score van 9/19 of 10/20 is. Maar omdat men een totaal van 9,10 of 11 moet hebben telt een dubbel van A,8 waar een 2 op valt als 11, niet als 21. Door te verdubbelen wordt je inzet verdubbeld en krijg je nog slechts 1 kaart van de dealer.

Splitsen (split)

Splitsen oftewel "split" is mogelijk wanneer de eerste twee ontvangen kaarten van gelijke waarde of van gelijke rang zijn. Na splitsen wordt eenzelfde inzet bij de tweede kaart geplaatst. Iedere afzonderlijke inzet hoort dan bij de afzonderlijke kaarten. De beide kaarten worden vanaf dan gespeeld als twee aparte spelen. Wanneer men twee azen splitst dan ontvangt men slechts 1 aanvullende kaart op elke aas. Als dit weer een Aas is, mag men over het algemeen nogmaals splitsen, wil de speler dit niet, dan mag de speler niet nog een kaart nemen. Dit is erg vervelend, omdat men dan met 12 blijft zitten. Soms mag men meerdere kaarten op een gesplitste Aas kopen, op voorwaarde dat het Aas als 11 geteld moet worden; A, 5, 6 geldt dan als 22 en men heeft dan dus verloren. Splitsen maakt het krijgen van blackjack overigens onmogelijk, een blackjack-combinatie telt hier gewoon voor 21 punten.

De hole-card regel

In veel Amerikaanse casino's is de hole-card regel van kracht. De croupier neemt een tweede dichte kaart en controleert of hij een 10, Boer, Vrouw, Heer of Aas open heeft liggen of blackjack heeft. Is dit het geval, dan is het spel beëindigd en hebben alle spelers, die niet eveneens een blackjack hebben verloren. Deze regel is gunstig voor de spelers, omdat zij minder risico lopen, wanneer zij tegen een 10 of Aas in de bank willen dubbelen of splitsen. Soms neemt de bank geen tweede kaart maar is de regel toch van kracht. Dat wil dan zeggen dat een speler alleen zijn oorspronkelijke inzet tegen een blackjack in de bank kan verliezen. Eventuele splits en dubbels worden dan met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt.

Surrender (overgeven)

Overgeven is de mogelijkheid om als speler af te zien van het verder spelen van een bepaalde hand. Men verliest dan slechts de helft van zijn inzet. Dit is vooral gunstig bij totalen als 16 of 15 tegen een 9 of 10 in de bank.
Verder zijn 2 variaties van deze regel; early- en late surrender. Bij early surrender dient men te surrenderen vooraleer de eerste speler na de dealer een derde kaart neemt. Het voordeel is dat tegen een 10 of Aas men kan opgeven ook als later blijkt dat de bank een Blackjack heeft. Bij late surrender controleert de croupier eerst of hij een Blackjack heeft, is dat het geval dan kan men niet surrenderen indien de croupier geen tweede kaart neemt, maar als de hole card regel van kracht is gebeurt dit achteraf. Early surrender komt zelden voor, vaker in combinatie met het verbod op surrender tegen een Aas. Het is duidelijk dat early surrender ook tegen een Aas gunstiger is voor de speler dan late surrender. In de basisstrategie surrendert men vaker bij early surrender dan bij late surrender.

Strategie

De optimale strategie varieert met de verschillende regels waarmee het spel wordt aangeboden. Voor alle variaties geldt echter dezelfde koopstrategie. Het beste koopt men tegen een 2 of 3 in de bank op 12 of minder en past men op 13. Tegen een 4, 5 en 6 past men al op 12. Tegen hogere kaarten moet men kopen op 16 en passen op 17. Voor "zachte" handen, handen met een Aas, waarbij men het Aas als 11 kan tellen, zonder de 21 te overschrijden geldt, dat men altijd moet kopen met 7/17 (handen als A,6) of minder. Ook koopt men op 8/18 bijvoorbeeld 7,A tegen een Aas, 10 of 9. Veel spelers vinden dit vreemd maar het is statistisch beter. Tegen andere kaarten in de bank past men met 8/18.
Dubbelen: Met 9 dubbelt men tegen een 3, 4, 5 of 6. Met 10 en 11 als men méér heeft dan de bank (De bank heeft 2 t/m 9, respectievelijk 2 t/m Heer), ténzij de bank kans heeft blackjack te halen. In Amerika dubbelt men 11 tegen een 10 (hole card rule) en hier nooit. Daar waar het spel met slechts één spel kaarten wordt gespeeld, is het aan te raden 11 tegen een Aas te dubbelen. De strategie voor splitsen is afhankelijk van andere regels, als het niet is toegestaan te dubbelen na een splits wordt het splitsen onaantrekkelijker. In Amerika splitst men altijd Azen en achten. Zonder hole-card rule wordt tegen een 10 wel een paar Azen gesplitst, maar geen paar achten en splitst men tegen een Aas nooit. Men kan narekenen dat het nemen van een verzekering of even money niet aantrekkelijk is. Het betaalt 1 tegen 2, terwijl er 9 niet-tienen op 4 tienen zijn. Daarmee is het voordeel van de bank op zulke inzetten 1/13de, ofwel meer dan 7%, Terwijl spelers met het goed toepassen van de basisstrategie hun nadeel kunnen beperken tot ruim onder 1%.

Kaarten tellen

Het is gunstig voor de speler als er veel kleintjes worden getrokken en weinig plaatjes. Als er in de nog te spelen kaarten onevenredig veel hoge kaarten overblijven, stijgen de kansen van de spelers. De bank moet immers op totalen onder de 17 doortrekken, waarmee de kans dat de bank zich kapot of dood koopt, stijgt. Spelers mogen in dat geval passen. Ook zullen spelers meer geluk hebben bij het dubbelen; de kans dat ze een 10 trekken voor een totaal van 19, 20 of 21 wordt groter. Ook de kans dat er Blackjack valt wordt groter en hoewel de kans, dat dit gebeurt gelijk is voor zowel de speler als de croupier, is dit toch gunstig voor de speler; die ontvangt immers 1,5 maal de inzet als hij wint met een Blackjack, terwijl hij niet nog een halve inzet aan de bank hoeft te betalen als de bank met Blackjack wint. Als er genoeg kleintjes uit zijn, kan het zelfs gebeuren dat het nadeel van de speler omslaat in een voordeel.
Bij gemiddelde samenstelling mag men met een nadeel van 0,56% verwachten, dat van iedere € 1000,- inzet men € 1000 - € 5,60 = € 994,40 terug krijgt. Als het aantal nog te spelen tienen stijgt en het aantal nog te spelen kleintjes daalt, daalt het nadeel naar 0 % en kan omslaan in een voordeel. In dat geval mag men verwachten méér terug te krijgen dan men heeft ingezet. Kaartentellers kunnen met deze techniek deze situaties herkennen en zullen als die zich voordoen hoog inzetten. Ook kunnen spelers afwijken van de basisstrategie, als zij weten dat er veel tienen te spelen over zijn. Volgens de basisstrategie moet men kopen op 16 tegen een 10. Maar als er te weinig kleine kaarten over zijn en te veel tienen, dan stijgt de kans dat men zich kapot koopt. Beter is het, in deze gevallen te passen en hopen dat de bank zich kapot koopt. Een ander voorbeeld is het dubbelen van een 9 tegen een 2. Normaal doet men dat niet, maar kaartentellers kunnen in gunstige situaties weten, dat zij meer kans op een tien maken en toch dubbelen. De bank heeft met die extra tienen met een 2 juist meer kans zich kapot te kopen.

Met dank aan het wikipedia-artikel: blackjack; vrijgegeven onder de gnu free documentation license.